Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 108

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 107
61
Met één verklaring, door mij gegeven, kan de heer Kuipers zich niet vereenigen. Bij
de regels: ‘Seven dagen in de weeck schaft hij water en bry, en die de vult(,) wel
den mingelens pot vol elck, doch trouwen songer botter of songer melck’ (blz. 20)
teekende ik aan:
de vult
- volop’. Natuurlijk moet dan achter
de vult
een komma
worden geplaatst (die Penon dan ook laat drukken). De heer Kuipers meent, dat
de
als
dee
moet worden uitgesproken; hij zegt:
dee
is in sommige streken [waar?] nog
de naam van een slappen kost, lang nat, zooals het volk zegt;
vult
is dan het gewone
werkw.’ Het woord
dee
is mij onbekend. De uitdr.
de vult
(Hgd. die Fülle) komt echter
in de 17
e
eeuw meermalen voor. Een bewijsplaats, uit een ander stuk van Coster
moge het geschil beslechten. In
Tijsken van der Schilden
, vs. 1095 en 1096 lezen
wij: ‘'t Benne maer groote platelen, en kleyne parcelen: neen, bier, En dat
de vult
voor 't gelt’.
Thans nog enkele opmerkingen, naar aanleiding van verklaringen door den heer
Kuipers gegeven. Wij zouden veel te uitvoerig worden, wanneer wij naar volledigheid
streefden en doen dus hier en daar slechts een greep.
Blz. 11:
hoe sieje toch soo gryselijck
. De noot luidt: ‘Om van te grijzen, gruwen;
nog griezelig; hier: leelijk, pruilerig.’. -
Gryselijck
is huilerig; grijzen is niet met
griezelen, maar met grijnzen en grijnen verwant. Blz. 12:
nimmermeer comt eens
lachende te bed
. Noot: ‘Komt 't’. Niet juist. Het onderwerp,
hij
, is in den vorigen regel
genoemd. Blz. 17:
hesselijch
(Duitsch hässlich) is niet ‘ijselijk’, maar leelijk. Blz. 24:
groenicheyt
. Noot: ‘Een lievigheid; vergel. de groene zijde’. Die vergelijking maakt
de zaak voor den leek niet duidelijker. De groene zijde is de linker zijde. De
groenicheyt
doelt. op het ‘speuls worden’. Blz. 26:
Hoe nae
bet. niet ‘hoe nu’, maar
wordt het best weergegeven door ons ‘wellicht’, ‘misschien’ (eigenl. ‘hoe weinig
scheelt het, of’). Blz. 31:
hoe hebbewet in een kaer
. De verklaring: ‘Ironisch voor
makker’, kan niemand bevredigen. Blz. 43:
doe 'ck lest met die godlijcke dreck piep
enz. De plaats is bedorven. Op blz. 628 van
Coster's Werken
stelde ik voor, met
een variant te lezen ‘die goelijcke brock peep’ en beproefde een verklaring van dat
‘peep’. De heer Kuipers neemt die verklaring over; maar daar hij in den tekst behoudt
‘die godlijcke dreck
piep
is zijn aanteekening onverstaanbaar. Blz. 45:
ghelt uyt rien
zal wel komen van geld
uitreeden
en niet, zooals de heer Kuipers meent, van
uitraden
. Blz. 52: Bij de uitdrukking
uyt een eeckgien
(= voortreffelijk. Zoo b.v. bij
Starter,
Daraide
, 1621, blz. 15: ‘Dat kan ick uyt een eeckje’ en Paffenrode,
Filibert:
‘Ik zal je dat klaren uit een eekje’) wordt niet anders aangeteekend dan: ‘Edik, Azijn’.
Op blz. 61 treft men bij de nu nog gebruikelijke zegswijze: ‘Nou ick de draet heb,
sel ick het klouwen wel crijghen’ deze verklaring aan: ‘kluwen; hij bedoelt: nu zal ik
er mijn voordeel mee doen’. Blz. 68
de vuyle druyt
. De goede lezing is
vuyle bruyt
.
De verklaring (‘kwant, snaak’) is dus niet doeltreffend. De vuile bruid was een bekend
persoon bij vastelavondgrappen. Blz. 73:
Tis best datje kaes coopt
,
daar is gien
bien in
. De aanteekening
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 107
1 2 ... 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře