Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 61

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 60
22
De geslachten der zelfstandige naamwoorden in het Nederlandsch.
Geen hoofdstuk uit de grammatica is voor ons, Nederlanders, zóó onaangenaam
en lastig als dat, hetwelk handelt over de geslachten. Onaangenaam, want alles
komt neer op geheugenwerk; lastig, want ofschoon wij door vlijtig te memoriseeren
wel dichter bij ons doel kunnen komen,
bereiken
doen wij het nooit: 1
o
. zijn lang niet
alle substantieven onder regels te brengen, 2
o
. kan men onmogelijk
alle
uitzonderingen op de vele bestaande regels in het geheugen prenten. En zoodra
men weet of ook maar vermoedt, dat er op den regel, waartoe een woord zou kunnen
behooren, uitzonderingen bestaan, rijst natuurlijk de vraag, of het bewuste woord
een uitzondering
is
.
Natuurlijk hebben wij èn door studie èn door het gebruik, het geslacht van een
grooter of kleiner aantal zelfstandige naamwoorden met zekerheid leeren kennen;
maar telkens weer komen er van die gevallen voor, die ons (al zijn wij onderwijzer,
leeraar of hoogleeraar in de Nederlandsche taal) doen twijfelen en ons derhalve
noodzaken tot een woordenlijstje onze toevlucht te nemen.
Wij hebben hier te doen met een zeer bijzondere, maar zeer weinig benijdbare
eigenschap onzer schrijftaal. Een Duitscher, een Franschman behoeft niet aan zijn
woordenboek te vragen of hij wel die
angst
, der
Rest;
le
mensonge
, la
lèvre
moet schrijven. Hij
weet
het, juist als
wij
weten, dat het niet is
de
boek,
de
huis,
maar
het
boek,
het
huis. De buitenlander, die zijn taal beschaafd spreekt, vergist
zich niet in de geslachten.
Bij ons is dat anders.
Wij
zeggen:
de
balk,
die
je daar in 't water ziet liggen, heb ik van mijn buurman
gekocht’; en wij
schrijven:
den
balk,
dien
enz. Uit de beschaafde spreektaal (als
ook uit bijna alle Noordnederlandsche dialecten) is het verschil tusschen mannelijk
en vrouwelijk geslacht sinds lang verdwenen
1)
. Wie
1) Alleen waar het
personen
betreft, maken wij nog verschil tusschen m. en vr.; namelijk in de
pers. vnw. en de stammen der bezittelijke (3
e
persoon enkelvoud). Vgl. den eersten jaargang
van dit tijdschrift, bl. 202. Op bladz. 285 ald. wees de heer Muller er op, dat wij
ze
ook nog
gebruiken, als er sprake is van stofnamen. Volkomen juist. Alleen, men vergete niet, dat dit
ze
ook wordt gebezigd van
mannelijke
stofnamen: ‘Waar koop jij je wijn?’ ‘Ik heb
ze
altijd van
D. en C
o
.’ Is er van inkt sprake: ‘Je moet
ze
koopen in groote flesschen.’ Van honing: ‘Ik kan
ze
niet eten.’ Enz.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 60
1 2 ... 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře