Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 176

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 175
128
Vragen.
*)
1. In verschillende grammatica's leest men dat de causatieven van den Verl. Tijd
Enkelv. of van den Teg. Tijd komen: dit begrijp ik niet, hoe een vorm
die Verl. Tijd
of Teg. Tijd beteekent een afleidsel leveren kan
,
dat het doen plaats hebben der
werking beteekent
. Mij schijnt dit ongerijmd en ik kan niet anders denken of de
geleerden bedoelen het ietwat anders dan de schoolgrammatica's het oververtellen.
*
2. Men vraagt de afleiding van
voornamelijk:
wat heeft dit met
voornaam
te maken?
*
3. Waarom regelt in de spelling
heet
zich naar
heiss
en niet naar
hitte
,
scheef
en
heer
zich niet naar
schief
en
herr
,
doof
zich niet naar
dof
,
loos
zich niet naar
los
etc.: staan hier van ouds twee stammen of wortels naast elkaar of is het anders, en
hoe bepaalt men nu, naar welke der vormen men zich regelen zal?
*
4. Eenige moeielijkheid vind ik in Staring's Winterroos:
Versliept gij 't zoet der Lentedagen,
Traag Roosje, dat gij nu nog waakt?
In welke betrekking staat de vraag tot ‘dat gij nu nog waakt’? Ik zag dit gaarne
helder uiteengezet, en hoe een constructie als deze, waarvan ik in mijne Spraakkunst
niets analoogs aantref, ontstaat. Hoort het vraagteeken eigenlijk achter
Roosje?
Maar ik voel het volgende er toch zeer nauw mee samenhangen en wil het
vraagteeken ook wel laten waar het is.
Middelburg
.
P.S.
*
*
*
5. Wat is de wezenlijk juiste taalkundige beschouwing, sceptisch of niet sceptisch,
indien maar juist, van den vorm
zijn
in:
Zijn ziel zweeft om den schat,
Dien hij te spade vond, te kort als
zijn
bezat! STARING,
Ivo
,
Volksuitgaaf
145.
Ik kan niet gelooven, gelijk ik hier en daar lees, dat dit een bezittelijk voornw. is,
waarbij in dit geval nu
schat
werd weggelaten.
Breda
.
J. Hs.
*) Deze vragen zullen groepsgewijze worden beantwoord door de redacteurs en door hen, die
reeds hunne welwillende medewerking hebben toegezegd.
Daaronder zijn prof. Dr. J. FRANCK te Bonn, Dr. A. KLUYVER te Leiden, prof. Dr. H.E. MOLTZER
te Utrecht, prof. Dr. J. VERDAM, Dr. A.F. STOETT en prof. Dr. J. TE WINKEL te Amsterdam.
Ook worden mededeelingen van belangstellende lezers gevraagd en in dank aangenomen.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 175
1 2 ... 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 181 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře