62
luidt: ‘Een spreekwoord’. Maar de beteekenis? -
Een
,
twee
,
drie treetgens in een
saciertgen
,
't vierde op de cant
. De heer Kuipers neemt de verklaring, die ik in
Coster's Werken
(blz. 629) gaf, over, doch met een vraagteeken. Dat dit kan
wegvallen, blijkt o.a. uit deze plaats, die in Paffenrode's
Hopman Ulrich
voorkomt:
‘Heb je wel gezien, hoe naauw dat ze treed? Ze sou wel twee schreden doen in een
saucier’ (sauskom). Ook in den
Holl. Spectator
komt de uitdr. voor: ‘... daar ze anders
als een hert op 'er voeten bennen, gingen ze zoo zoetjes en zagjes, twee treedjes
in een sauciertje (2
e
druk, III, 535). Blz. 79:
Dutether
. Noot: ‘doet het er’. Lees: ‘duwt
het er’. Blz. 80:
Desse Keerels seynt eylingh heym doet was mit fressen is to slichten
.
Noot bij
heym doet was
: ‘thuis daar iets’. Uit die verklaring blijkt mij, dat de heer
Kuipers vrede heeft met mijn conjectuur om voor
doet was
te lezen
do etwas (Coster's
Werken
, 630). Maar waarom dan
doet was
in den tekst te laten staan?
Een nauwgezette kennismaking met de nieuwste editie van den
Teeuwis
, heeft
ons doen zien, dat de heer Kuipers hier niet heeft gegeven, wat wij van hem mochten
verwachten. Wel wat lichtvaardig zijn hier en daar de annotaties neergeschreven;
aan de correctie is bovendien niet de vereischte zorg besteed. Het zon ons
verheugen, als de heer Kuipers zelf met dit oordeel kon instemmen; dàn voorzeker
zal hij niet nalaten, eerlang degelijker werk te leveren.
Nov.
'91.
R.A. KOLLEWIJN.
Sprokkels.
Wenkbrauw.
Het eerste lid is de stam van
wenken
, d.i. zich bewegen. Het ligt dus voor de hand,
aan te nemen, dat wenkbrauw oorspronkelijk de naam is voor de wimpers of
oogharen. Dat Vondel het woord in die beteekenis kende, blijkt uit den volgenden
regel uit zijn
Geboortklock van Willem van Nassau
(vs. 110):
‘De bruyne gitten, die door schalcke wincbraeu sagen’.
R.A.K.
Germaansche vers-bouw.
‘Unser alter deutscher versbau ist noch heute in den liedern des volkes und der
kinder lebendig. Trotzdem dass mehr als zwei jahrhunderte mit erfolg daran
gearbeitet haben unserer dichtung eine neue metrik zu schaffen, halten unsere
kinder, ohne es gelehrt werden, die verse ihrer lieder und reime in deren alter wertung
unerschütterlich fest.’
USENER,
Altgriechischer versbau
, blz. 63.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce