277
is nog op het platteland
de
winter, waarin vele zaken geregeld en afgedaan worden.
Met Kerstmis betalen de boeren de pacht en tegen Vrouwendag verhuren zich de
knechts en meiden. Flip wil dus zeggen: nog vóór het eind van den winter. De
feestdag heet
lichtmis
naar de vele waskaarsen, die dan gewijd en aangestoken of
ook in processie rondgedragen worden.
Lichtmis
‘losbol’ is hetzelfde woord,
schertsend gebruikt, waarbij men zeker aan
licht
‘niet zwaar, lichtzinnig’ en
mis
‘verkeerd’ gedacht heeft.
vs. 203.
onz' aller moê:
ons aller moeder is Eva. Wij zijn, zegt Elze, op dit punt
allen dochteren van Eva. Zij zegt dit
na 't kusjen
, dat de schreiende moest troosten.
- Over den vorm
onz'
,
ons
zie men de Spraakkunst.
vs. 206.
't wijs vrijsterken
. De dichter neemt aan 't slot nog eens een loopje met
Klaertjens wijsheid, die zoo deerlijk schipbreuk heeft geleden.
vs. 210. Men legge hier den klemtoon op
drieën
en
dat
. Elze wil zeggen: met zijn
tweeën, zoo hoort het.
T.T.
Sprokkel.
Onecht
heeten in de spraakkunsten de
f
en
s
in
graaf
,
graf
,
erf
,
huis
,
muis
, enz.
En ze zijn zoo echt mogelijk. Hoe wil het letterteeken
f
‘echter’ wezen, dan wanneer
men den klank als
f
hoort? En dito de
s
? Even echt als de
v
, en
z
in
graven
,
huizen
,
enz. Altijd in de hollandsche, en algemeen als beschaafd nederlandsch aangenomen,
uitspraak.
Wil men met alle geweld onechtigheden benoemen; laat men dan spreken van
de onechte
b
in eb, als ep uitgesproken; in slib, rib, etc.; en van de onechte
d
in loo
d
lijn, in brood, laad, band, verbasterd, gebonsd, sinds, gids,
behuisd, uitgedoofd; van de onechte
g
in dag, mag; van de onechte
f
in
beefde, stoofde, roofde, doofde; van de onechte
s
in huisde, reisde,
misbaksel; etc.
Maar dat komt er van, dat men de spelling, de afbeelding van een klank, voor
het echte, de uitspraak, den klank zelf voor wat onechts houdt.
1)
B.H.
1) Zie ook Boer,
T. en L.
II, 239, onderaan.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce