13
kunst vermag den wil der winden onder zijn gebied te brengen. De Natuur kent geen
onderscheid des persoons; aan het spel der golven prijs gegeven, zijn de Graaf en
zijne leenmannen gelijk; de kostbare heerlijkheid, waarin de machtigen hun
meerderheid ten toon spreiden, acht zij niet. Op de wateren heeft straks de
onvermijdelijke ontmoeting met het Fatum plaats, de ommezwaai die de katastrophe
voorbereidt. Die katastrophe-zelf is geen slag van menschen tegen menschen om
de eer van den oorlogskans: aan het bloed der Friezen heeft de beroering der Natuur
zich medegedeeld, de storm is in hunne harten gevaren, de mensch is daemon
geworden: Het is de laatste worsteling van 's Graven fierheid met de ontketende
natuurmachten. Zoo hier echter slechts ééne overwinning mogelijk was, het is ook
de verheffing van het schoone in zijn tragischen ondergang. Daarom mocht de Graaf
niet
vallen door de hand van Adeelen; moesten vijftig knotsen hem onbekend
verpletteren, opdat niemand zeggen mocht zijn sterkere te zijn geworden. De fout
van het tweede deel, waarin de foplust van Van Lennep ons, in de gezellige drukte
der intrige, de betrekking van den kerkvoogd tot zijn wereldlijken Heer, als
medestander en dienaar van het Fatum, te zeer uit het oog deed verliezen, wordt
op verrassende wijze hersteld op het oogenblik, dat wij den Bisschop aantreffen te
midden der Hollandsche vloot en den welbekenden Van Arkel in hem herkennen.
Zoo kan men bladzijden vullen ten bewijze, dat de schrijver met groote juistheid
zijne voorstellingen geobjectiveerd heeft, overal waar het hun niet aan bepaaldheid
ontbroken heeft. Terloops herinneren wij aan de gadeloos levendige schildering van
feestmalen, tournooien en vergaderingen, van het huiselijk leven op Aylva-stins en
het zuiver Nederlandsche in zijne landschappen. Is er ook van karakterontwikkeling
weinig te bespeuren, - Reinout wekt een medelijden zonder sympathie, hij is noch
goed, noch slecht, bij gemis van het rechte leven onpoëtisch, - de karakterteekening
is, in haar typische manier, dikwijls ver van verwerpelijk. De Bisschop en de abt van
St. Odulf beloonen de moeite der bestudeering. Zorgvuldig is de ontwakende liefde
bij Deodaat en zijn zelfstrijd weergegeven. Geblaseerdheid alleen ontzegt Madzy
zekere aantrekkelijkheid. Ook den Friezen is over 't algemeen, Adeelen in de eerste
plaats, verdienstelijke karakteristiek ten deel gevallen. Madzy verloochent doorgaans
de eigenaardigheden harer Friesche afkomst niet. Het moge aan den lezer verblijven
deze opmerkingen te vermenigvuldigen en te illustreeren.
Wij hebben thans ons plan ten uitvoer gelegd. Een boek dat leerzaam is door
zijne fouten en zijne deugden beide, hebben wij uit het
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce