107teuta en lulla
369't geen: voor dat
166tien geboden = de vingers
297tijd (De onbepaald tegenw. -)
141-147tijden van 't Werkw. (Critiek v. Te Winkels
systeem der -)
144-146tijden van 't Werkw. (Kollewijns systeem
der -)
294, 304tijden (Gebruik der -)
123tijden = tempestates
262tipjen (Op het -)
265titel: zijn bleekheid
289toegevende praedicat. bepalingen
373toffelen
264tongslag
201tot dat: gescheiden
165tracteeren
229tronie
335-tuig: bijna-suffix
188
tuimelend: XVII
e
eeuwsch
223tuin (In zijn -) zijn
237tweeklanken
304Uit (Geboren -)
225uitgelaten
123uytgemaeckte man
266uithebben met
197uitroepende zinnen met wat
316uitzonderingen (Hoe ontstaan
grammatische -)?
226ukkie
340-um, -en, in geographische namen
268Val
369vangen: van geluid
218, 269vast
339vechteleec
220veeg
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce