Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 232

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 231
184
kunstig in elkaar gewerkt worden en een harmonisch geheel vormen. Vóór alles
moest er gestreefd worden naar beknoptheid van uitdrukking - het woord
beknopt
te nemen in de beteekenis, die Hooft en Huygens er aan hechtten, namelijk, die
van ‘nauwkeurig geregeld’ - naar zoete kern in harde schaal, naar pit en merg van
gedachten, naar verholen geest.
Doch zulk eene taal te maken was onmogelijk zonder hulpmiddelen, zonder
voorbeelden, en wij mogen het Hooft en anderen, die het met goed gevolg
beproefden, niet euvel duiden, dat zij den eenig aangewezen weg volgden en, wat
zij in den vreemde bewonderden, ook op eigen gebied overbrachten; zonder er zich
juist rekenschap van te vragen, of het daar wel paste. Aan onze eeuw is het
voorbehouden gebleven, het onderscheid in karakter tusschen de verschillende
talen op te merken en aan te wijzen: in de zeventiende eeuw kon dat van niemand
gevorderd worden. Voor Hooft en de zijnen was er slechts ééne taal, de ideaaltaal,
waaraan Grieksch en Latijn al zeer nabij kwam; en op ieder, die het wèl meende
met zijn land en zijn volk, rustte de nationale plicht, zijne taal daarnaar zooveel
mogelijk te vervormen.
Wij weten, hoe Hooft zich tot die taak voorbereidde. Een jaar lang las hij elke
week de werken van Tacitus in hun geheel door, omdat hij daarin het meesterwerk
van ouder en nieuwer proza zag. Sinds de zeventiende eeuw is onze smaak
gewijzigd: bij de meesten onzer doet Tacitus voor Cicero, bij sommigen zelfs voor
Caesar onder. Hoe het zij, door overdrijving zijner deugden vervalt Tacitus tot
buitensporigheden, die aan een eenvoudiger en tegelijk gekuischter smaak niet
meer voldoen. Zijne kunst ontaardt in gezochtheid, zijne beknoptheid in stroefheid,
zijne gedrongenheid in onduidelijkheid. Ongeoorloofde samentrekking van zinnen
vooral voert, bij den waren rijkdom van gedachten, den lezer menigmaal in een
doolhof zonder uitweg, en dikwijls moet de lezer in de zinnen van Tacitus indenken,
wat de schrijver gaarne zou wenschen, dat men er in gelegd zag. Hooft is in den
vollen zin des woords de Nederlandsche Tacitus. Wat van dezen geldt, is ook waar
van hem.
Wie nu Hooft's proza wil verstaan, moet Tacitus verstaan, en kan hij dat niet, dan
moet hij er zich althans door anderen een denkbeeld van laten geven. Gelukkig
heeft hij een zeer geschikt hulpmiddel in de vertaling, die Hooft zelf van Tacitus
heeft gewrocht ter wille van zijnen zwager Baeck, en die Brandt later met recht
meende in het licht te moeten geven. Is men nu in twijfel aangaande de eigenlijke
beteekenis, waarin Hooft het een of ander woord gebruikt, dan heeft men kans tot
zekerheid te komen, indien men hetzelfde woord ook in zijne vertaling van Tacitus
gevonden heeft, en dus door het Latijn weet, wat het beteekent. Het nut van de
vergelijking der Historiën met de vertaling van Tacitus heeft blijkbaar ook Dr. Stoett
ingezien, daar hij in zijne aanteekeningen telkens verwijzingen naar die vertaling
heeft ingevoegd. Reeds het eerste stuk in de bloemlezing toont duidelijk in woorden,
zinswendingen, ja in geheele zinnen den invloed van Tacitus'
Historiae
I
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 231
1 2 ... 227 228 229 230 231 232 233 234 235 236 237 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře