Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 169

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 168
121
In ‘een bedelaer’ eischt
lier
, vs. 22, voor een deel onzer landgenooten ten minste,
wel de verklarende toevoeging: = draaiorgel, terwijl daar in vs. 25
luy'ren
(var.
luypen
)
niet zonder verklaring kon blijven.
Luypen op 't gemack
is natuurlijk: op het gemak
bedacht zijn, naar het gemak streven; maar beteekent
luyren
nu hetzelfde, namelijk
loeren
, of is het ons
luieren
en moet dan
op 't gemack
beteekenen:
op haar gemak
(= gemakkelijk)? Ik houd het met de eerste verklaring en acht in elk geval de
verandering, die Huygens later aanbracht, geene verbetering. Dat zijn de
veranderingen ook elders gewoonlijk niet, en daarom had ik liever gezien, dat de
Hr. E. den tekst der
Otia
van 1625 had afgedrukt in plaats van dien der
Korenbloemen
van 1672. Nog beter ware het wellicht geweest niet alleen ‘een professor’, maar alle
Zedeprinten naar het handschrift af te drukken.
Bij ‘een goed predikant’ vs. 53 zou ik de verklaring van
hand
als
vriend
liever niet
achterwege gelaten hebben, en gewezen hebben op de ineengelegde handen als
het bekende zinnebeeld der vriendschap, terwijl ik bij vs. 59 had opgemerkt, dat de
Bijbel aanleiding gaf om de predikanten te vergelijken bij de arbeiders, die den oogst
binnenhalen, en dat die vergelijking dan ook dikwijls voorkomt, ook bij Huygens,
b.v.
Korenbl
. I, bl. 72, vs. 79, waar hij de predikanten noemt: ‘De Dienaeren van
Dijns woords drucken Oost’. Bij deze geheele Zede-print zou overigens eene
vergelijking met Huygens' berispingsdicht ‘Aen sommige Predikers’ (
Korenbl
. I, bl.
524-528) niet ongepast geweest zijn.
In ‘een gemeen soldaet’ vs. 2 ontbreekt eene verklaring van
prediker op 't mes
,
d.i. steunende op het mes, in plaats van op den bijbel; bij vs. 4 ware het misschien
goed geweest, op te merken, dat
vreeslick
alleen bij het eerste deel der samenstelling
ambachts-man
behoort, evenals vs. 47 de verklaring geeischt had: maar eene onder
den last van slecht doorleefde dagen gebukt gaande ziel. Bij vs. 49 is
kostelick
gevaer
niet voldoende door
duur
,
groot
verklaard: er wordt een gevaar bedoelt, dat
iemand duur te staan komt.
In ‘een onwetend medicijn’ zou ik gaarne bij vs. 36
schoon' Mevrouw
opgemerkt
gezien hebben, dat
schoon
daar dezelfde beleefdheidsvorm is als in
schoonmoeder
,
schoondochter
, enz. en dus een Gallicisme, terwijl bij vs. 67
verwaerdeloost
had
kunnen gewezen worden op de (stellig verkeerde) vervanging van
verwaarloosd
door eene, van Huygens zelf afkomstige, afleiding van
waerde
.
In ‘een waerd’ vs. 47 mis ik
leit
=
gelegen is;
vs. 53
dan emmers
= maar echter,
trouwens; en bij vs. 79 had opgemerkt kunnen worden, dat de
gesteenten
van den
grammen haan eene toespeling bevatten op den kapoensteen of
allectorius
, waarvan
Maerlant zegt,
Nat. Bloeme
III, vs. 2087-2098:
‘Lapidaris ende Jacob seghet,
Dat men den haen te vuerne pleghet
Na dien dat hi es drie jaer out,
Ende nemmeer dan vijf jaer hout
Of sesse, ende dan voertan
So wast hem in die levre dan
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 168
1 2 ... 164 165 166 167 168 169 170 171 172 173 174 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře