101
het verleden deelwoord te vinden. De verklaring van dit verschijnsel late men
achterwege; zij is werkelijk boven het bevattingsvermogen van leerlingen, die niet
alleen geene Oudgermaansche dialecten bestudeerd hebben, maar dikwijls de
woorden in questie niet eens in het Hoogduitsch kunnen vertalen.
Klemtoon.
De leer is: door den klemtoon worden de lettergrepen tot woorden verbonden.
Sommige boeken noemen zelfs den klemtoon den band, die de verschillende
deelen des woords tot één geheel vereenigt. Duidelijk is deze voorstelling niet. Een
band is bevestigd om datgene, wat het bijeenhoudt; de klemtoon echter is volgens
de definitie derzelfde leerboeken de nadruk, waarmee eene lettergreep wordt
uitgesproken. Hoe nu dat, wat geheel het eigendom van ééne lettergreep is, tevens
de band van een geheel woord kan zijn, begrijp ik niet.
De voorbeelden maken de zaak niet helderder. Indien de klemtoon de deelen van
een woord bijeenhield, dan zou het scheiden van deze deelen met een verlies aan
klemtoon gepaard gaan. Het omgekeerde zien wij gebeuren. Wij zeggen immers in
één woord: vrijspreken, met den hoofdtoon op vrij en slechts een bijtoon op
spreken; daarentegen in twee woorden vrij spréken met een hoofdtoon op
elk woord. Is het nu de toon op vrij, die de drie lettergrepen van het woord
bijeenhoudt? In geenen deele. Want in vrij spréken heeft ‘vrij’ denzelfden toon. Wel
blijkt er samenhang te bestaan tusschen het verlies aan klemtoon, dat de lettergreep
-spre- ondergaat, en het verbinden van vrij en spreken tot één woord. Maar dezen
samenhang zal niemand zóó opvatten, alsof het verlies aan klemtoon de oorzaak
was van de verbinding; integendeel, de verbinding is het primaire en heeft een
verlies aan nadruk voor één der woorden ten gevolge.
Men neme twee of meer op elkander volgende woorden, waarvan het eerste met
eene toonlooze lettergreep eindigt, het tweede met eene toonlooze lettergreep
begint, b.v. vrienden besloten. Ofschoon in beide woorden eene lettergreep
den hoofdtoon draagt, is het onmogelijk, hieraan te zien, waar het eerste woord
ophoudt, het tweede begint. Men bemerkt dit uitsluitend aan eene korte pause
tusschen beide woorden, welke echter dikwijls zóó kort is, dat niemand ze opmerkt;
in het laatste geval kan iemand, die geen Nederlandsch verstaat, ook niet
waarnemen, waar de scheiding tusschen het eerste en het tweede woord is; de
Nederlander weet het door gewoonte.
Ten slotte is de klemtoon ook in vroegere tijden niet een band geweest. Het
behoeft hier toch niet herhaald te worden, dat het verschil in klemtoon in alle talen,
waar het niet tot eene conventie is geworden, zijn grond hierin heeft, dat sommige
deelen van een zin, resp. van een woord, den spreker belangrijker toeschijnen dan
andere; de belangrijkste deelen van een woord
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce