351
Of er dan veel van die nieuwigheden van nu in ons beschaafd nederlandsch over
zal gaan? Neen, zeker heel weinig; maar zoo is 't altijd geweest. Wat is er van
Bilderdijk en Hooft en Maerlant in opgenomen?
1)
En van vroeger nieuwe vormingen?
Hoeveel meer is er níet opgenomen?
Want een verschil tusschen toen en nu is, dat toen door d'een of ander nieuwe
woorden gevormd zijn, die maar eens gezegd werden, en nooit weer, of zelden; die
niet overgenomen werden in de algemeene taal; en die we niet kennen, dus. En dit
zullen er wel veel wezen.
Nu worden ze vaak gedrukt, en ze blijven in wezen, al verbreiden ze zich niet
verder.
Daar beslist de ‘spraeckmakende gemeent’ in - nu, die beschaafd nederlandsch
spreken. - Die neemt over wat haar pakt; vraagt echter er niet bij: wat is het oordeel
van taalkundigen over zoo'n woord.
Wie of ze maken? Dat blijft 't vaakst onbekend. 't Gaat er net mee als met de oude
- en ook nieuwe - volksliedjes. Een dichter dicht ze, het volk zingt ze; en zoo blijven
ze. Maar wíe was de dichter?
44. Nieuwe scheppingen en nieuwe woorden, hebben vaak iets onbepaalds; als ze
in-hun-geheel nieuw zijn; 't minste evenwel, als 't namen van voorwerpen zijn,
natuurlijk.
Van veel velocipède-rijers hoort men den naam ‘rijwiel’ of ‘wieler’ niet, zij praten
van ‘fiets' en van fietsen’. Een goed woord wel, al is 't nieuw. Men verbeeldt er
zich wat van de snelheid in te voelen, daar ze mee wegvliegen. En ‘taal is een kind
van de fantasie.’ Er is veel kans dat ‘fiets’, ‘fietsen’, ‘fietser’, enz. mettertijd algemeen
zullen worden; dan zal daar het weinig sprekende ‘rijwiel’ of ‘wieler’ zijn plaats voor
ruimen.
Zoo'n woord raakt eerst onder een bepaalde klasse in gebruik; is, als men wil,
dialectisch dus. Zoo zijn er meer, die men zelfs bij een of meer families, of bij enkele
personen, soms maar een bepaalden tijd, hoort gebruiken
2)
.
1) Wij kunnen bij-lange-na niet altijd uitmaken of zeker woord bij oude schrijvers een door
hem-zelf gemaakt is, of dat het in algemeen gebruik was.
2) In een familie werd, 't is al jaren geleden, bij toeval een kind ‘noppie’ genoemd. Langzamerhand
is dat in die familie, en verder zelfs, een ‘kosewort’ geworden voor een klein, lief kind.
Zoo praatte een ander in zijn jongen tijd van een ‘bibi’ en een ‘diggeda’; 't eerste was een
schip en 't ander een rijtuig. Eerst toen hij een jaar 6, 7 werd, ging dit verloren.
Elk zal op z'n beurt zoo'n voorbeeld wel kunnen opspeuren.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce