Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 355

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 354
300
(49), daar hij zich naar achter geschoven gevoeld; die verontwaardiging wordt
gramstorigheid of
wrevel;
en hij wreekt zich in
spot
(50) over de oude Sara die nog
moeder wordt, en over den honderdjarigen Abraham met zijn schootkind.
Wrevel
of wreveligheid is gewoonlijk een gramstorigheid, die zich niet ten volle uitspreekt,
maar half willekeurig, half onwillekeurig in den blik, een enkel woord, een gebaar
zich uit: het is onderdrukt, maar kan zich niet geheel verbergen.
51-52.
De moederzonde herhaalt zich etc.:
denk aan vers 29-30, de zonde van
Hagar. -
Slaat een - wonde:
het juiste woord ook met het oog op de vergelijking in
48-49: die pijl trof hààr in het hart.
53: zie Gen. XXI, 12. - ‘Iemand handhaven’ heeft gewoonlijk nog eene bepaling
met
in
bij zich, die de zaak noemt, ten opzichte waarvan handhaving plaats heeft,
welke zaak ook zelf in den 4
den
nv. treden kan: Iemand in zijn recht handhaven,
iemands recht handhaven. Maar niet zelden, als hier, blijft de nadere bepaling weg.
Het beteekent: ‘iemand steunen en staande houden’ of ‘in 't gelijk stellen’, ‘beslissen
ten voordeele van’. - Het
Neen!
wil zeggen: Neen, ook de Heer duldt dat niet.
54-57.
Twee vorstinnen:
na al hetgeen we omtrent Hagar vernamen, zal dit wel
geen verklaring meer behoeven. Hagar is Vorstin als de eerste van al die volken
en koningen, die uit haar zullen voortkomen. -
gedoogt - niet
is sterk uitgedrukt: ‘in
geen geval’, ‘nooit’. - Voor
tentgordijn van Mamre
zie 31; deze Hebreeuwsche tenten
heeft men zich voor te stellen zoo als nòg de tenten der hedendaagsche Arabische
Nomaden zijn: van gevlochten matten, meest van geitenharen geweefde, over palen
uitgespreid en met pinnen in den grond bevestigd, langwerpig of rond, van binnen
met voorhangsels of gordijnen in twee of drie vertrekken gescheiden
1)
. - Wat nog
dat
lam
in 57 aangaat, Da Costa heeft zich Izak denkelijk voorgesteld als een
zachtmoedig man: uit Gen. XXVI, 17-23 mag dit ook blijken. Met zinspeling op Gen.
XXII?
GRAMMATICA.
Zetten
(41) beteekende oudtijds ‘bepalen’, zooals wij nog daarvoor
vaststellen
hebben. Vandaar nog ‘broodzetting’ en het ‘college van broodzetters’
(zie b.v. Van Dale), waarvan men ten stadhuize de namen kan vernemen; nog
‘inzetten’ d.i. ook vaststellen, bepalen, verordineeren; vooral Oud-Testamentisch
in: ‘de inzettingen des Heeren’, Zijne ordonnantiën.
Gezet
is nog gebruikelijk in ‘op
gezette’ d.i. ‘vaste tijden’; zoo ook in ‘gezette prijzen’, ‘een gezette taak’, ‘gezette
bezigheden’.
42: Vgl. dit
wordt geboren
(= zal geboren worden) met dat in 38; het laatste is
meer dan enkel toekomst. -
menschelijk
is bijw. van wijze, als men 't omschrijft met
‘op menschelijke wijze, als alle menschen’; het is
1)
de Wette
, Hebräisch-jüdische Archäologie, 1864; 160-161.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 354
1 2 ... 350 351 352 353 354 355 356 357 358 359 360 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře