Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 324

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 323
269
met dobbelsteenen, waarbij men boven de tien oogen moest gooien. Ook
Hildebrand gebruikt het in dezen zin, C.O. p. 295. Wij komen dus tot het besluit, dat
P. hier, door zijn geheugen misleid, een' dans met een dobbelspel heeft verward.
Misschien heeft daartoe wel aanleiding gegeven het woord
passemede
, dat ook
met
passe
- begint en dat een' dans beteekent, blijkens Roemer Visschers
Brabbelingh
, p. 173:
Een Allemande dansen voor de vuyst,
Een passemede treen op de passen juyst,
Lustige sprongen in de galjaerden springen.
vs. 50.
gierde:
‘draaide’.
Gieren
is ‘draaien, zwaaien, zich in een' cirkel bewegen’.
Men verwarre het woord niet met het
gieren
in vs. 233, dat de beteekenis heeft van:
‘gillen, kraaien’.
vs. 52.
vast:
‘ondertusschen, intusschen, alvast.’ Men vergelijke de aant. op vs.
29 van het hoofdgedicht. Het woord heeft hier dezelfde bet. als in:
Maak jij je maar
klaar
,
dan ga ik vast vooruit
. Zegt men:
Hij zal nu niet zoo erg schrikken: ik heb hem
vast voorbereid
, dan heeft het meer de beteekenis van
reeds
.
vs. 281.
echter
, dus ondanks de waarschuwing, in vs. 284-285 gegeven.
vs. 282. Na deze eerste, doe ik u eene tweede vraag; - immers ik was daárvan
zeker dat gij het lied beluisteren zoudt; - hebt gij toegeluisterd
vol lachs of vol van
ergernis? lach
, meton. voor de oorzaak van den
lach:
de vroolijkheid, door het liedje
gewekt.
vs. 284.
niet gemeesmuild
,
niet gefluisterd:
deelw. als imper. gebruikt. Wie
meesmuilt
, glimlacht half bedekt, daar hij niet
ronduit
zijne meening
wil
zeggen; wie
fluistert
,
durft
dit niet
hardop
doen. Van geen van beide wil de dichter iets weten.
vs. 286.
òf schalke:
‘vrolijk-ondeugende, maar onschuldige’, zooals
die
‘de
verbeelding’ van vroeger dagen, nl. die van dichters als
Bredero
,
Starter
en wie nog
meer de tallooze minneliedjes maakten, in de liedeboeken onzer
zeventiende-eeuwsche vaderen voorkomende.
vs. 287.
gift
, bijstelling bij
wieken:
de scherts en de (levens)lust
schonken
der
verbeelding wieken, wekten haar op, om op de feestmalen zulke schalke deuntjes
aan te heffen.
vs. 289.
haar smetteloosheid zich bewust:
‘daar of terwijl zij zich bewust was van
hare reinheid, zuiverheid.’ Mocht zij ook dartel, ondeugend wezen, onzedelijk was
zij niet. Wordt hier van de
verbeelding
, of van de
wieken
gesproken? Volgens onze
opvatting van de eerste, al is de constructie dan eenigszins onregelmatig, daar
wier
wieken
het onderwerp van den vorigen zin is. Maar men bedenke, dat
wier wieken
werden uitgeslagen
de lijdende vorm is van
die hare wieken uitsloeg
en, naar wij
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 323
1 2 ... 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328 329 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře