Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 323

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 322
268
gebruikelijk. Eene
keurs
was oudtijds een vrouwenopperkleed, japon. Vandaar:
keurslijf
, eig. ‘het lijf, bovendeel der japon’, later ‘corset’. Dat het woord niet, zooals
algemeen geloofd wordt, hetzelfde kan zijn als het fra.
corps
vindt men opgemerkt
bij Franck.
vs. 17.
luchter:
‘kandelaar’ naast
lichten
van
luchten
, een' bijvorm van
lichten
. Zie
boven de aant. op vs. 159.
vs. 18.
't saai gordijn:
de stofnaam als stoffelijk bijvnw. gebruikt, zooals vaak in
de spreektaal bij onz. substantieven: een
goud
,
zilver
horloge, een
koper
versiersel,
een
tin
bord. Men houdt dan
goud
,
zilver
, enz. voor den onverbogen vorm tegenover
goude
,
zilvere
, evenals
groot
tegenover
groote
.
vs. 21.
bedieden
, verouderde bijvorm van
beduiden
in den zin, dien het heeft in:
Ik beduidde hem
,
dat hij heen zou gaan
. Dan komt namelijk bij 't begrip ‘duidelijk
maken’ dat van ‘er toe aansporen’. Zoo ongeveer ook in dezen versregel: ‘Hij, die
op zijne luit tot het binnenlaten aanspoort, daarop aandringt, krijgt weldra toegang’.
vs. 27.
val:
‘wijs, melodie’. Zoo gebruikte men vroeger dikwijls het woord
hemelval:
‘hemelsche melodie, hemelsch lied’.
vs. 30.
schoonst
, bep. van gesteldh. bij
haar:
‘als het schoonst.’
vs. 35.
nektartoogjens:
‘nektarteugjes’. Nektar was bij de Ouden de godendrank,
vandaar: het heerlijkste, waarmee men zich laven kon. Hier worden de kusjes van
Machteld bij teugjes daarvan vergeleken. Maar ‘de opslag van haar oogjens’ hield
er wacht bij, d.i. hare blikken zorgden, dat alleen hij, wien zij ze gunde, van die
teugjes proefde. Hare zedigheid hield de wacht bij hare bevalligheid.
vs. 36.
Hoe:
‘hoe snel’. Zij greep weer den kandelaar, dien ze had neergezet, om
eens in den spiegel te kijken.
vs. 37.
preeken:
in de kerk of door een' of anderen zedemeester of -meesteres:
vs. 38-39. De booze, de duivel, zit liefst achter den spiegel, om de meisjes te
verleiden. Aardig gezegd voor: de ijdelheid en behaagzucht, die de meisjes telkens
in den spiegel doet zien, verlokt ze tot kwaad. -
treken:
‘listige, valsche streken’. -
uitspelen
, een term, aan het kaartspel ontleend: eene valsche kaart uitspelen.
vs. 46.
een passedijsjen
. Onder de ons bekende benamingen van dansen, in de
16
e
en 17
e
eeuw in gebruik, komt dit woord niet voor. Wel wordt er meermalen
gesproken van een dobbelspel, dat zoo heet, bijv. bij Bredero,
Moortje: Ick weet
men tijdt beter door te brengen met een pasdijsje
en Asselijn (ed. De Jager) p. 264:
Dat je de kroegen zelt haaten
,
noch van pasdies of van in 't verkeerbort te speulen
,
zelt maken je werk
. Schotel,
Maatschappelijk leven
haalt uit Bernagie aan:
pasdisje
en
passedis
in dezelfde beteekenis. De naam is ontleend aan fra.
passe-dix
en
beduidt dus een spel
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 322
1 2 ... 318 319 320 321 322 323 324 325 326 327 328 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře