Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 47

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 46
8
het tweede stelt hij hem ter elfder ure voor als genezen, in staat zijn 'faits et gestes'
voort te zetten; straks brengt hij hem tot nader order op een toren in verzekerde
bewaring, vervolgens in een klooster en als hij zich andermaal aanmeldt, laat hij
hem in monnikspij en kap aan de deur staan. Geloof niet dat deze vertooning toevallig
is. Het is zooals Bakhuizen opmerkte: ‘Wachten en stil zitten! - wie in dat tijdvak
dáárin lust had, ontweek het gewoel der wereld en dook weg in de duisternis van
het klooster.’ Ongetwijfeld heeft des Ridders geestelijke vader hier zelf iets van
gevoeld, alleen heeft hij er de voorkeur aan gegeven hem ten slotte tot heerboer te
bevorderen. Zoo schreef hij dan eindelijk, stellen wij ons voor, met ernstig gebaar
maar niet zonder heimelijken glimlach, dat men inderdaad in het leven gelijk in den
roman het best doet met wachten en stil zitten, tot de gebraden duiven ons in den
mond vliegen. Hij voor zich geloofde in nog andere practijk.
Een romanheld was Deodaat aldus niet. Dit moest van slechte gevolgen voor den
bouw van het verhaal zijn. Niet de hoofdpersonen zelve, maar Graaf en Bisschop
verwekken de duurzaamste voorstellingen in ons. Niet aan hen, maar aan den Graaf
is de meeste kunst te koste gelegd. Niet aan hen, maar aan den Bisschop is de
auteur-zelf te gaste gegaan. In het eerste deel schenken wij den Henegouwer een
belangstelling van beter soort, dan die eigen pleegt te zijn aan de lectuur van den
intrigeroman, waarmede ook Deodaat cum suis zich tevreden moeten stellen. In
deel II bestaan Madzy en Reinout niet om zich-zelf, maar ter wille van den
gemijterden Reinaert. Roepen wij ons den fieren meester aller soldaten voor den
geest, - aanstonds zien wij de zoogenaamde ‘helden’ in de schemering verdwijnen.
Bij dezen geen spoor van zielkundige ontwikkeling. Met welk een zorg echter wordt
de verandering in Willem's gezindheid jegens de Friezen van moment tot moment
gevolgd; met welk een nauwgezetheid moment na moment voorbereid en
gemotiveerd, tot zijn eindbesluit geboren wordt, lang door den lezer voorzien, toch
met spanning verbeid en met een voorgevoel van tragisch genot begroet. Een
noodlot immers, buiten en boven hem, drijft Graaf Willem voort. Adeelen is het
instrument in de hand van dat noodlot; Adeelen's wrok de daemon, die niet aflaat
het hooggevoelend ridderlijk gemoed te prikkelen tot steeds stijgenden toorn, een
toorn steeds weer bedwongen, nooit gevoed, en die het des ondanks ten verderve
moet voeren. Schitterend zegepraalt de kunst des auteurs over ons ongeloovig
modern gemoed. Waarom zou hij in Friesland niet als altoos overwinnen? Geen
bedenking van zielkundigen aard kan deze vraag ontzenuwen. Niettemin
gelooven
wij aan het fatum van zijn
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 46
1 2 ... 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře