328
zwakken genitief enkelv. of meerv. die òf bewaard bleef (heerenknecht, hazenlip,
menschenvrees, van het eertijds zwak verbogen haas), of tot -
e
verbasterde
1)
(hanepoot, ossetong, eig. met
hanen
,
ossen
, den zwakken gen. der eertijds zwak
verbogen woorden haan, os).’
2)
Deze -
e
- (en de -
en
-, als men wil) is ook een vormsel geworden; zij staat waar
het eerste lid een genitief enkel- of meervoud is; of zij staat daar ook niet: als in
zwaluw-nest, koe-stal, Frank-rijk. Omgekeerd staat ze, waar we heelemaal
geen genitief voelen, in hertebeest, eike-boom, enz.
Naast deze staat de tegenwoordige syntactische verbinding, waar samenstellingen
uit worden, op -
e
: hooge-school, domme-kracht, hoogepriester, dolle-man,
zoute-visch, klare-jenever. Dan zijn er substantieven, die op -
e
eindigen, als
horloge-winkel, groente-vrouw (vgl. visch-vrouw; maar ook eiere-vrouw),
asperge-bed, -plant.
12. In -
er
- voelt men niet meer het meervoud, ook niet in -
er-s
, en
ĕr-en
, trouwens
die -
s
en die -
en
zijn er 't beste bewijs voor: we vormen geen meervoud meer op
-
er
. Naast eier-dopje staat: ei-dopje, wie zou beweren durven dat het eerste voor
meer eieren bestemd was? Dat -
er
- is niets dan een ingevoegde lettergreep
geworden: denk maar aan kinder-leeftijd; de Kinderdijk bij Dordt, waar, naar
de sage wil, éen kind aandreef. In een kinder-stoel is gewoonlijk maar plaats voor
éen kind, en runder-gehak is 't meest zeker wel van éen rund afkomstig.
De weinige waar 't eerste lid van op -
er
- uitgaat, vinden analoge vormen - niet
vorming - in de woorden op -
er
, als: visscherman = visscher, meester-knecht,
roover-bende, kikker-billetjes, broeder-kring, -twist, december-nommer,
akker-bouw, veter-schoen.
13. Als regel kan men dan ook voor 't hedendaagsch beschaafd nederlandsch
schrijven:
‘Men schrijft de leden van een samengesteld woord;
dat men nog zóo voelt, min of meer; òf zonder
verbindingsletter, òf met inlassching van een -
s
-, of
van -
e
-, of met -
er
- (-
ere
-)’
3)
.
1) In de spreektaal. Natuurlijk, daar deze weinige vormen met
n
's naast zoovele, die geen
n
hadden, al gauw naar analogie ook hun
n
misten. Men vormt meest een woord niet anders
uit twee andere dan naar 't model van bestaande samenvoeging!
2) Van Helten, 195.
3) Daar men in 't schrift zich 't meest naar 't hollandsch regelt, laat men de -
en
- of -
n
- der
zuid-oostelijke streek alleen in de spreektaal. Wil men die ook schrijven dan dient naast
-
e
- gesteld: ‘(of in zuid-oostelijke streek hiervoor -
en
-)’. Omtrent de rechten der
dialecten van de beschaafde nederlandsche spreektaallater.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce