Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 201

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 200
153
grepen geluk geboren wordt. Kus de hand, die u slaat, zij druipt van hoogeren zegen.
Is ook hier de sympathie van allen gebleven? Ik vrees van neen, want medegevoel
veronderstelt zekere gelijkheid van gewaarwordingen en tevens van de gedachten,
die ze opwekken en verzellen. Het getal van hen, wier christelijke geloofsovertuiging
zoo innig en vast is, dat zij het grievendst leed - neen, ik zeg niet in blijdschap
verkeert, maar tenminste tot glimlachenden weemoed verzacht, is zeker moeilijk te
schatten; doch wij gelooven aan onze landgenooten, trots den roep hunner
vroomheid, geen onrecht te doen, zoo wij het klein noemen in vergelijking met de
velen, die het eenvoudig vers van Da Costa kunnen verstaan. Men achte het een
verblijdend of een bedroevend verschijnsel, waar is het niettemin, dat voor duizenden
in den lande des dichters troost geen troost meer is. Voor die duizenden bereidt
dus het derde couplet enkel ontgoocheling, geen heuldronk; zij schudden het van
smart gebogen hoofd over dien ijdelen waan, maar richten het niet bemoedigd en
dankend op ten hemel. Wat kan er bekoorlijks zijn in woorden, die voor hen in strijd
zijn met de waarheid en het gezond verstand; welke bezieling uitgaan van gedachten
en gevoelens, die, zoo ze er niet onmiddellijk uit gesproten zijn, tenminste steunen
op een dwaalbegrip, zij het dan ook op eene verleidelijke dwaling? Hoe zullen zij
zich warm maken bij een' dichter, voor wien alle wereldsche en menschelijke zaken
aan dat begrip ondergeschikt zijn, voor wien kunst, wetenschap, industrie, politiek,
liefde geene waarde hebben, zoo ze niet verlicht en doorgloeid zijn van wat voor
hem der zonnen zon is? Voor een' dichter, die in zijne schrijfpen
1)
slechts een
werktuig ziet, om de waarheid en de trouw van zijn' Meester en Heiland te
verkondigen; dien eene wandelkaart
2)
dadelijk aan een' gids naar het hemelsche
Vaderland doet denken. Als zijn dochtertje Hanna voor de eerste maal jarig is, hoopt
hij blijkbaar dat zijne vrouw zal wenschen, wat hij der zuigelinge in den mond legt:
Zoo lave u door Zijn woord de moederliefde Gods
Met water uit de Bron, met honig uit de Rots
3)
.
Ziet hij een oorlogsros,
4)
welks vurigen moed de berijder met moeite in toom houdt,
het is voor hem slechts het zinnebeeld van den waren christen; hij erkent daarin
zichzelven met zijn ongeduldigen geloofsijver en hoopt slechts, dat in den dag des
strijds de Heer zijn ruiter wezen zal. Kortom, geen paard zoo fier, geen kind zoo lief,
geene kaart zoo uitlokkend, geene pen zoo onbeduidend, of Da Costa ontsteekt
daarbij in vuur enkel voor de dingen die niet van deze wereld zijn. Hoe kan men nu
verwachten, dat een man met zulk eene geheel andere levensbeschouwing de
dichter zal zijn van het thans levend
1) Da Costa's Kompleete Dichtw. III, 31.
2) Ald. III, 248.
3) Ald. III 31
4) Ald. II, 160.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 200
1 2 ... 196 197 198 199 200 201 202 203 204 205 206 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře