15
Iets over den superlatief.
(Naar aanleiding van eene examenvraag.)
Bij het schriftelijk examen voor de akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer, in
den zomer van dit jaar te 's-Gravenhage afgenomen was een versje van Beets
opgegeven, waarin ook eenige onderstreepte woorden taalkundig moesten worden
ontleed.
Onder die woorden kwamen twee superlatieven voor in de versregels:
Zijn hooggevierden naam naar namen te vernoemen,
Die de Oudheid
grootst
en
roemrijkst
had.
Natuurlijk heb ik geen der ontledingen gezien, maar wanneer ik naga, wat in de
gebruikelijke spraakkunsten ten opzichte van het gebruik van den superlatief geleerd
wordt, dan kan ik mij voorstellen, hoe menige candidaat, die bij zijn handboek zweert,
met die beide woorden totaal verlegen heeft gezeten. De spraakkunsten toch
beginnen de superlatieven te onderscheiden in twee soorten: den
bijvoeglijken
en
den
bijwoordelijken
superlatief, waarvoor we als voorbeeld kunnen nemen de vormen:
de hardste
en
het hardst
. Nu, dat het bijwoord
hard
in den superlatief geen anderen
vorm kent dan
het hardst
, is duidelijk, maar de superlatief van het bijvoeglijk
naamwoord levert meer moeielijkheden op. Bekend is het toch, dat zoowel
het hardst
als
de hardste
bijvoeglijk naamwoord kunnen zijn, en nu komt het er op aan, vast
te stellen, wanneer de eene, wanneer de andere superlatiefvorm gebezigd wordt.
In de aanwijzing van dat onderscheid in gebruik komen de spraakkunsten vrij wel
met elkander overeen. De eene doet het alleen wat duidelijker dan de andere. Zoo
lezen wij b.v. in de Beknopte Nederl. Spraakleer van C.G. Kaakebeen, blz. 98, §
175: ‘De superlatief kan bijvoeglijk en bijwoordelijk zijn. In het laatste geval is hij
onverbuigbaar en wordt gewoonlijk door
het
of een bezittelijk voornaamw.
voorafgegaan. B.v.:
Gij schrijft het mooist
, enz. - Men lette op het verschil tusschen:
Mijn vriend is 's winters het gezondst. - Is de mensch in zijne jeugd het gelukkigst?
en:
Hij is het gezondste mijner kinderen. - Is
Taal en Letteren. Jaargang 2
Komentáře k této Příručce