Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 175

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 174
127
men bedenkt, aan wien de
Otia
, waarin de Printen voor het eerst verschenen, werden
opgedragen. Het weinig vleiend portret, dat Huygens van den professor gaf, zou
zijnen leermeester en vriend Daniel Heinsius allicht hebben kunnen ergeren en
Huygens was te voorzichtig en te wellevend om dat te willen doen.
In ‘een printschrijver’ vs. 21 is
sterlingh
, dunkt me, niet zoozeer
starreling
,
strak
,
en dus met
star
niet te vergelijken, als wel
als eene ster
,
stergewijs
, d.i. even helder
als eene ster.
Een einde makend aan mijne opmerkingen, die ik, uit vrees van onbescheiden
te worden, en gedachtig aan Huygens' woorden, dat ‘alle veel verveelt’, niet over
alle Zede-printen durf uit te strekken, wensch ik nog even uitdrukkelijk te zeggen,
dat de reeks der door den Heer Eijmael in de Zedeprinten voortreffelijk vertolkte
plaatsen die der door mij anders opgevatte of m.i. onvolledig verklaarde uitdrukkingen
verre overtreft; dat men dus den Heer Eijmael dankbaar mag wezen voor den moed,
waarmee hij een werk als de Zede-printen heeft aangedurfd, en de energie, waarmee
hij het grootendeels vermeesterd heeft. Nochtans ‘wy konnen 't all niet all’, zegt
Huygens (
Korenbl
. I, bl. 450, vs. 51), en daarmee zal de Heer Eijmael het wel eens
zijn; wij moeten elkaar een handje helpen, en daarom meende ik deze geringe
bijdrage tot verklaring der Zede-printen wel aan de uitgave van den Heer Eijmael
te mogen toevoegen.
Augustus
1891.
JAN TE WINKEL.
Sprokkel.
Zuiverheid van taal.
Een te groote invloed van vreemde talen is een gevaar voor de zelfstandigheid
eener taal, maar gewoonlijk wordt dit gevaar overdreven. In allen gevalle moet men
er zich weten in te schikken als het onvermijdelijk is. Immers ten gevolge van het
steeds uitgebreider internationaal verkeer, wordt ieder volk met voorwerpen, zeden,
enz. bekend gemaakt waarvoor het geen namen heeft, of waarvoor het namen zou
moeten smeden, als, wel te verstaan, de spraakmakende gemeente het kan eens
worden. Voor wetenschappen, bestuur, leger, modezaken, hebben de beschaafde
volken thans een internationaal woordenboek, dat men niet nutteloos moet uitbreiden,
maar ook niet met overdreven purisme verstooten.
Alleen dan wordt het gevaar wezenlijk als de taal haar eigen goed opgeeft en het
door vreemd goed vervangt. Onze plicht jegens onze taal is dus niet zoo zeer,
nieuwe woorden te vormen, als de bestaande in leven te houden en hunne plaats
door
vreemde
indringers niet te laten innemen.
J.V.
Inleid. t/d. Taalkunde
, 72.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 174
1 2 ... 170 171 172 173 174 175 176 177 178 179 180 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře