Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 82

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 81
39
‘Ik was wel eer in twijffel of het Onderscheid van 't Manlijke en Vroulijke Geslagt,
omtrent Levenlooze zaken, die geen Kun-verdeeling onderworpen zijn, niet slegts
een eigen goeddunken waere, van elk of eenig voornaem Schrijver; te meer om dat
onze daeglijksche Spreektael nu gantsch onagtsaem is in dit stuk.’
1)
Maar hij is tot andere gedachten gekomen; en L. overtuigt er hem nog meer van,
dat het verschil tusschen mannelijk en vrouwelijk in de oudere taal zijn oorsprong
vindt. Dat ten Kate, die vooral de vergelijkende taalstudie beoefende, de wijze
waarop van Hoogstraten het woordgeslacht zocht te bepalen niet geheel kon
goedkeuren, ligt voor de hand. Het ‘Onderscheid van 't
Genus
onzer
Substantiva
wil hij niet alleen en niet in de eerste plaats gronden
‘op 't gebruik van dezen of genen achtbaeren Schrijver van de voorgaende [d.i. 17
e
]
Eeuw, maer op een bewijs dat het dusdanig onder onze oudste Taelverwanten al
gegrondvest is geweest.’
2)
N. maakt nog de opmerking:
‘Schoon ik met u de Agtbaerheid der Taelgebruiken erken', en daer ze klaerlijk
spreken, hooglijk agte, nogtans vermoede ik niet, dat je de Tael in 't schrijven zoo
schroomagtig verkiest behandelt te hebben, dat men de minste mistasting van
Geslagt, zelf omtrent Woorden, die zelden voorkomen, en geen ligt van de Gemeene
bekende Regels, of van de Daeglijkse Spraekvorming, ontfangen kunnen, als een
Taelschennis zou moeten aenzien.’
En L. antwoordt:
‘Verre van daer; hoewel ik de betragting om wel te doen altijd aenrade, nogtans
loopt mijn grootste agting en opmerking in de Tael over die dingen, die tot de nette
en duidelijke Onderscheiding der Denkbeelden behooren.
Al te kommerlijke handel
maekt belemmering van geest
.
3)
Die bescheiden zijn, vitten niet naeuw op
Struikelingetjes van die genen, die blijk van goeden wil geven. Die te kommerlijk
met de Tael omgaen, slagten den Schoolkinderen, die wel net, gelijkdradig, en
zinnelijk schrijven, dog tevens onvrij, laf, lam, en flaeuw, zonder spoed of vordering:
een kloeke hand, schoon minder net, zo ze slegts vlug, vrij, geestig, vloeyend, en
duidelijk genoeg zij, kan mij meerder behagen.’
4)
Door vergelijking met oudere Germaansche talen, bepaalt ten Kate in zijn
Aenleiding
het geslacht van 750 Nederlandsche substantieven. Dat ook hij niet altijd tot een
zekere uitkomst geraakt, bewijst het volgende uittrekseltje:
m en v.maagm. en v.haagm. en v.adder
m. en v.maandm. en v.klauwm. en o.boord
o. en v.meerm. en v.koolm. en o.dons
m. en v.miltm. en v.kroesm. en v.dood
1) Blz. 401.
2) t.a.p.
Voorreden tot den Lezer
.
3) Ik cursiveer.
4) t.a.p. 410.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 81
1 2 ... 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře