Engel IB144 Uživatelský manuál Strana 199

  • Stažení
  • Přidat do mých příruček
  • Tisk
  • Strana
    / 440
  • Tabulka s obsahem
  • KNIHY
  • Hodnocené. / 5. Na základě hodnocení zákazníků
Zobrazit stránku 198
151
vreemd bevel en dus met een onbewogen gemoed. Doch wie goed toeluistert merkt
allicht aan den overdreven toastenstijl, dat jubel- nog klaagtonen echt zijn.
Nagemaakte bloemen hebben noch de frissche natuurlijkheid, noch den
verkwikkelijken geur der natuurlijke.
Nu zal het zeker niet noodig zijn, Da Costa in bescherming te nemen tegen de
verdenking, dat hij onwaar zou geweest zijn en ontroering zou gehuicheld hebben.
Ook thans is de opwellende traan ‘de ware tolk van 't hart’ geweest, en geeft juist
het opschrift van het versje ons veeleer een' waarborg, dat de onwillekeurige
aanleiding niet ontbroken heeft, dat hij niet op bestelling heeft gewerkt. Bij deze
gelegenheid, nu hij zijne vrienden der wanhoop nabij weet, moet hij spreken en
hen wijzen op den troost, dien hun van smart beneveld oog niet ziet. Het medelijden
is groot in hem, en toch - zoo wars is hij van huichelachtig vertoon - is het nauw
merkbaar, dan in de aandoenlijke teekening van 't sterfgeval.
En nu die andere afkeurende opmerking: Wat gaat ons het kind der familie
Pierson-Oyens aan?
Niets! Zelfs als men vergeet, dat het reeds meer dan veertig jaren dood is; in 't
geheel niets. En nochtans is de vraag zeer onbekookt. Laat, die haar deed, het
gedichtje even lezen, en zijn gevoel zal hem zeggen, hoe onjuist en voorbarig zijn
oordeel was. Die hem vermoedelijk onbekende familie wordt
een
ouderpaar, hun
kind
een
kind; het harde lot, dat hen treft, is het lot eens menschen, d.i. het lot van
zijns gelijke, denkend en voelend als hij. Dank zij des dichters kunst, worden hunne
aandoeningen de zijne, hij doorleeft met hen alle angsten, zorgen en twijfelingen,
want hij is een mensch. En als mensch zal hij toch wel eens door eenig kind zijn
bekoord, wel eens gevoeld hebben, hoe hard het scheiden valt van 't geen men lief
heeft, zal hij - geloovig of niet - gemerkt hebben, hoe wankel in zulke oogenblikken
wetenschappelijke of godsdienstige overtuiging staat. Doch ook alleen onder die
voorwaarde kan hij het gedicht genieten, wordt hij in gedachte ouder mee en dat
gestorven wicht zijn kind.
Staan wij nog een oogenblik stil, om van dit standpunt verder rond te zien. Wat
van dit klein gedichtje geldt, geldt van alle poëzie. Alle poëzie is een beroep op onze
sympathie. Wie niet met anderen kan meevoelen, zich niet in den geest eens anderen
verplaatsen kan, voor hem is het tooverland der poëzie gesloten, hij mag den dichter
die 't voor hem opende niet volgen. Hem echter, wien het vergund is, binnen te
gaan, ziet zijn eigen bestaan verrijkt met dat van anderen in zijne krachtigste
openbaringen; zijn geestelijk leven vermenigvuldigt zich.
Nochtans is het ons allen, ook den meest begaafden, wel eens overkomen, dat
wij met het boek in de hand aan de poort moesten blijven staan. 't Was bijzonder
schoon, werd door mannen van smaak verzekerd, en toch konden we er niet
‘inkomen’ en legden den roman of de verzen mistroostig weer weg. En we meenden
toch, dat wij niet ongevoelig waren. Waaraan lag het dan?
Taal en Letteren. Jaargang 2
Zobrazit stránku 198
1 2 ... 194 195 196 197 198 199 200 201 202 203 204 ... 439 440

Komentáře k této Příručce

Žádné komentáře